Wat houdt de renovatieplicht voor niet-residentiële gebouwen in?

Wat houdt de renovatieplicht voor niet-residentiële gebouwen in?

De renovatieplicht voor niet-residentiële gebouwen is een belangrijke maatregel binnen het energie- en klimaatbeleid in Vlaanderen richting 2030. Deze plicht stimuleert de verduurzaming van gebouwen die worden overgedragen of verkocht. Maar wanneer geldt de renovatieplicht en welke werken zijn verplicht en hoe zit het met het behalen van een minimaal energielabel? Hieronder krijg je een overzicht van de regels en aandachtspunten.

Wanneer geldt de renovatieplicht?

De renovatieplicht geldt enkel bij overdracht, erfpacht of opstalrecht. In dit geval moet de eigenaar binnen vijf jaar een minimumpakket aan werken uitvoeren. Denk hierbij aan dakisolatie, vervanging van enkel glas en het installeren van een efficiënter verwarmings- of koelsysteem.

Bij louter eigendom of verhuur zonder overdracht is er geen directe renovatieplicht. Wel blijft de labelverplichting richting 2030 van kracht: dat houdt in dat je minimum label E haalt en dat minstens 5% van het totale verbruik gedekt wordt door duurzame energiebronnen.

Na verkoop of andere overdracht is er sowieso een minimaal te behalen energielabel (met uitzondering van beschermde gebouwen). Bovendien worden er vier parameters afgetoetst die aanleiding kunnen geven tot een bijkomende renovatieplicht.

De vier parameters van het minimale maatregelenpakket

Het minimale maatregelenpakket omvat ingrepen die de grootste energieverliezen aanpakken:

  • Dakisolatie: wanneer de minimale R-waarde van 0,75 m²K/W niet gehaald wordt, moet de minimale U-waarde van 0,24W/m²K voor het volledige schildeel gehaald worden (cfr. nieuwbouwnorm). Let op: indien de dakisolatie nog niet gestaafd werd bij de opmaak van het certificaat, maar deze wel aanwezig is, is het belangrijk dit te laten opnemen in het certificaat dat bij akte zal gebruikt worden.
  • Beglazing: enkel glas moet vervangen worden door glas met een maximale U-waarde van 1 W/m²K.
  • Verwarming: centrale opwekkers ouder dan 15 jaar moeten vervangen worden, tenzij ze voldoen aan de minimale installatie-eisen.
    Belangrijk: Als er een aardgasnet aanwezig is in de straat, mag een stookolieketel niet vervangen worden door een nieuwe stookolieketel.
  • Koeling: koelinstallaties ouder dan 15 jaar die gebruik maken van ozonafbrekende stoffen of koelmiddelen met een GWP-waarde >2500 moeten vervangen worden.

Aandachtspunt: het minimale maatregelenpakket geldt enkel voor de individuele onderdelen van de gebouweenheid die overgedragen wordt. Gemeenschappelijke of niet-overgedragen delen hoeven dus niet aangepakt te worden.

Hoe zit het minimale energielabel precies in elkaar?

Binnen de vijf jaar na verkoop of overdracht (via akte, erfpacht of opstalrecht) moet het gebouw minstens een aandeel duurzame energie van 5% halen, wat overeenkomt met label E. Dit moet aangetoond worden met een EPC-NR, ook wel een energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouwen genoemd.

De labelverplichting geldt enkel wanneer de volledige niet-residentiële eenheid verkocht wordt, en niet bij beschermde gebouwen. De termijn van vijf jaar start op de datum van het verlijden van de authentieke akte of de vestiging van het opstalrecht of erfpacht.

De uitzonderingen op de renovatieverplichting

Er bestaan ook uitzonderingen waarbij de renovatieplicht niet van toepassing is. Dit geldt onder meer voor:

  • Notariële akten met declaratieve werking
  • Verlenging van opstalrecht of erfpacht
  • Erfenis
  • Fusie of opslorping
  • (Partiële) splitsing waarbij gebouwen ondergebracht worden in een andere vennootschap, zonder dat er een klassieke verkoop is
  • ‘Share deal’ waarbij aandelen van een vennootschap verkocht worden in plaats van het gebouw zelf

Voorkom verrassingen

Je merkt het al, de renovatieplicht kan aanzienlijke gevolgen hebben voor eigenaars en investeerders van niet-residentiële gebouwen. Het is dus cruciaal om bij overdracht of aankoop van een pand goed te weten welke verplichtingen er op korte en lange termijn gelden. Zo voorkom je verrassingen en kan je tijdig de juiste stappen ondernemen.

Benieuwd wat er specifiek van jou verwacht wordt? Plan een vrijblijvend gesprek in met één van onze experten en blijf in orde met je plichten voor 2026 én 2030.